uitleg «

Transformatieverhalen

Transformatie sociaal domein:
een ontdekkingstocht!

Samen met u transformeert K2 Next Generation het sociaal domein. Wij zien dit als een ontdekkingstocht. Al reizende doen we samen nieuwe inzichten en ervaringen op. Ervaringen deel je door ze te vertellen. Verhalen maken het abstracte concreet. Ze zorgen voor verandering en beweging in het sociaal domein. Daarom tekenen wij die verhalen op. Die we graag met u delen op deze website. Neem een kijkje en reis met ons mee.

Transformatie sociaal domein:
een ontdekkingstocht!

Samen met u transformeert K2 Next Generation het sociaal domein. Wij zien dit als een ontdekkingstocht. Al reizende doen we samen nieuwe inzichten en ervaringen op. Ervaringen deel je door ze te vertellen. Verhalen maken het abstracte concreet. Ze zorgen voor verandering en beweging in het sociaal domein. Daarom tekenen wij die verhalen op. Die we graag met u delen op deze website. Neem een kijkje en reis met ons mee.

Leeswijzer

Op deze website deelt K2 Next Generation inzichten en ervaringen over transformeren in het sociaal domein. We doen dit door gebruik van de methodiek Storytelling. Storytelling is volgens ons een mooie manier om een helder beeld te krijgen van ingewikkelde zaken. Met de methode verzamelen wij verhalen uit de dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld van mensen die op verschillende manieren iedere dag zijn betrokken bij de transformatie van het sociaal domein. Als we die verhalen lezen, zien we hoe de transformatie ervoor staat: wat moet verbeteren, maar zeker ook wat goed gaat. Daarom blijven wij de komende jaren verhalen verzamelen en delen die met u op deze site.

[sluiten]
» Waar komen de verhalen vandaan

De verhalen staan op deze website centraal. Niet de vertellers. Toch zijn zij niet geheel anoniem.

De verhalen komen voort uit gesprekken met medewerkers van: de gemeenten Utrechtse Heuvelrug, Lopik, Hendrik-Ido-Ambacht, Gilze-Rijen, Baarle-Nassau, Roosendaal, Zeist en Woerden, Expertisepool Eemland, Combinatie Jeugdzorg, zelfstandige praktijken, Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid, Stichting Geynwijs, Yulius, Trivium Lindenhof, Vitree en Maashorst.




Transformatieruimte

Professionals, beleidsmedewerkers, management en bestuur zoeken allen naar nieuwe werkvormen en werkwijzen. Dat kan ook niet anders. De veranderingen in het sociaal domein zijn voor alle betrokkenen ingrijpend. Er moet veel meer gebeuren voor minder geld. Grotere jeugdzorgaanbieders hebben meerdere opdrachtgevers in verschillende regio’s, met een veelheid aan eisen. Maar een ding hebben ze gemeen: iedereen moet roeien met de riemen die ze hebben. De kortetermijnoplossingen die hieruit voortkomen kunnen werken. Voorbeelden waarin ‘tegen’ de wet- en regelgeving wordt ingegaan worden gezien als good practices. Creativiteit en loslaten van vaste kaders krijgen applaus. Maar er moet ook nog veel gebeuren in 2016 om de transformatie te laten slagen.

Lees hiernaast de exemplarische verhalen bij dit patroon.


[sluiten]

» Dat moet ook gewoon groeien

Een wethouder vertelt:

Ik zie vaak die voorbeelden qua tijd. Dat iemand in een jeugdteam, waar ze vroeger zou zeggen: ik wil Pietje en Jantje daar moet je naar toe… Dat die nu zelf de verantwoordelijkheid neemt om in zo’n gezin een oplossing te bedenken.

Bijvoorbeeld kijken met de corporatie of je iets aan huurschuld kunt doen waardoor een gezin niet uit huis gezet wordt. En die kinderen met een maatregel bijvoorbeeld terecht komen in een pleeggezin of in een woongezin. Dat soort ideeën zie je wel of dat soort effecten zie je al wel. Dus dat dat bewustzijn er veel meer is of dat er veel meer samen met ouders gekeken wordt: wat is er nu echt nodig? Ja, dat zijn allemaal de hele belangrijke kleine voorbeelden, maar, ja, dat gebeurt nog lang niet overal. Dat moet ook gewoon groeien.


Juni 2015
[sluiten]

» Oud denken

Een ambtenaar vertelt:

We hebben een aantal transformatievraagstukken gehad, dat waren gevoelsvraagstukken. De GGZ in eerste instantie werd die niet in de wet meegenomen. Dat bleek uiteindelijk toch een verantwoordelijkheid van de gemeente te zijn. Als die ouders kwamen op de gemeente af van regel het vervoer maar even. Ja, en hoe moeilijk professionals het vinden van ook daar willen we die getransformeerde aanpak, dus wij gaan niet een richtlijn maken van wanneer je recht hebt op vervoer, dat is oud denken.

Je gaat met ouders in gesprek en in principe zijn zij er voor verantwoordelijk dat kinderen de jeugdhulp ontvangen en dat ze daar dus kunnen komen. Je gaat met hen kijken van wat kan wel en niet en kun je iets in je netwerk regelen want we regelen wel een vangnet, want uiteindelijk kan het niet zo zijn dat vervoer belemmerend is dat kinderen hun zorg ontvangen.

Je gaat echt opzoek naar vervangend vervoer er komt geen aanvraagformuliertje vervoer, waar iedereen heel erg op zat te wachten. Zo’n vraagstuk komt dan op en je moet er dan iets voor vinden en dan hebben we wel zoiets van oké als je er nu een richtlijn vervoer opmaakt, ga dan volgend jaar maar uitleggen wat dan niet meer zo is, dus dat zijn wel van die dingen waar het, er het op speelt.


Juni 2015
[sluiten]

» Een bordje met een nummerbord eronder

Een beleidsmedewerker Jeugd vertelt:

Een mooi voorbeeld vond ik een aanvraag voor een invalide parkeerplaats. Dat is een bordje met een nummerbord eronder.

Iemand kreeg die niet verstrekt omdat dat niet kon met het gezin. Dan heb ik het over maatwerk. Dan denk ik laten we alsjeblieft buiten de regels denken. De man was gehandicapt. De vrouw reed auto en de vrouw vroeg dus een invalide parkeerplaats aan voor hun auto. Maar de man had geen rijbewijs, dan is het heel moeilijk om een invalideparkeerkaart of parkeerplek te krijgen. Degene die invalide is rijdt geen auto. Maar wat je dus ziet, die vrouw die parkeert, die moet zijn man dan bij de deur afzetten. Die was heel slecht ter been, die man. Dan moet die vrouw gaan parkeren, dan staat die man dus te wankelen. Met de rollator op de stoep te wachten totdat die vrouw in die wijk, wat weleens een parkeerprobleem heeft, totdat ze een parkeerplek heeft gevonden. Dan komt zij terug en hoopt hij dat die man nog niet gevallen is.

Ja, dan is het wachten tot die man op een dag wel valt en met alle onkosten van dien. Hoge kosten in het ziekenhuis en dan krijg je ineens thuiszorg en een traplift en wat kost het de gemeente om een bordje neer te zetten met een nummerbord erop, 100 euro? Of 150 euro?

Dus die kosten zijn eigenlijk nihil, die mensen zijn er heel blij mee, die mensen zijn er echt mee geholpen. Dus wat zit er dan in die hoofden dat ze dan denken. Nou dat ga ik dus echt effe mooi niet toekennen? Op dit moment is het zo, dat de werkdruk bij de WMO consulenten ook heel hoog is geweest. Ook door heel veel ziekte uitval. De laatste weken niet de periode is geweest om het hier met mensen over te hebben want dan is het gewoon wachten tot er nog meer uitvalt.


Juli 2015
[sluiten]

» Dat was vroeger ondenkbaar

Een afdelingshoofd vertelt:

 Ik ben met de afdeling aan de slag gegaan en voortdurend op zoek naar die vernieuwing, naar die verandering. Een stukje cultuuromslag binnen de organisatie. Mensen waarvan je ziet: daar zit de verandering, de dwarsdenkers. Die heeft iedere organisatie. Maar die mensen worden vaak als lastig beschouwd.  Niet begrepen en als irritant ervaren: heb je hem weer. Maar als leidinggevende zou je deze het liefst zo snel binnen willen halen. Op zoek naar de irritante mensen. En van daaruit, zonder al te veel regels, echt van onderuit ideeën uitwerken en er mee aan de slag gaan. Succes laten delen met elkaar. Ook daar de passie proberen over te brengen in het verhaal naar je collega’s toe. Ook collega’s prominent in beeld zetten, één keer per maand zo’n beetje een briefing. ’s Morgens tussen negen en tien kwam iedereen bij elkaar en dan konden mensen zelf ook presentaties geven. Nou, dat was vroeger ondenkbaar.

 April 2016

[sluiten]

» Dat is dat is dat geknok, continu

Een manager jeugdteams vertelt:

Gaandeweg bleek dat wij gewoon veel te weinig mensen hadden en ik zei; ja maar jongens, dat kun je toch ook wel snappen. Wij hebben mensen overgenomen vanuit de organisaties, met hun hele werkzaamheden die ze hadden. Alleen dat werk wordt in een andere organisatievorm gegoten. En ik had er drie nieuwe mensen bij, parttime, voor het hele nieuwe stuk.

Ja, dat kun je snappen dat dat niet gaat lukken. Dus toen hebben we gaandeweg in 2015 nog vijf mensen erbij gekregen. Maar ook dat stuk vond ik heel lastig want wij voeren uit wat het beleid is: zelf oppakken als het kan, afhouden van de zware zorg. Maar elke keer als we vastliepen dan werd er eigenlijk bedrijfsmatig gekeken van: ja, maar werken jullie dan wel efficiënt genoeg? En moet je dan wel acht keer bij een cliënt iets, waarom niet maar drie keer? Maar er is niks bij een aanbieder waar we dan naartoe kunnen, want ze pakken alleen het specialistische stuk op. Dat is dat geknok, continu.

 Juni 2016

[sluiten]

» Tips

Spanning transformeren en contracteren

Vaak verloopt de samenwerking tussen zorgaanbieders en gemeenten prima, totdat het over geld gaat. Beide partijen hebben naast de transformatie ook te maken met flinke bezuinigingen. Vanwege de beperkte middelen hebben gemeenten moeite de juiste zorg voor het juiste aantal mensen in te kopen. Zorgaanbieders snijden tegelijkertijd in hun kosten uit onzekerheid over de inkomsten. Dan gaat het fout. Doordat gemeenten iedere cent moeten omdraaien, kunnen ze onmogelijke eisen stellen aan de zorgaanbieders. De zorgaanbieders zelf reageren vaak vol onbegrip op de complexe taakstelling van de gemeente. Door wederzijds onbegrip en de schaarse middelen schieten beide partijen in de kramp en vallen terug in hun oude patronen. Zo raakt de transformatie verder uit beeld.

Lees hiernaast de exemplarische verhalen bij dit patroon.

[sluiten]

» Ruzie over de tarieven

Een inkoper van een gemeente vertelt:

Wij hebben er voor gekozen om het hele tariefbepalingstraject ook met de aanbieders samen af te leggen. Omdat we gezien hebben in andere gemeenten, dat die tarieven behoorlijk top-down, op het laatste moment, werden gedropt. En dat toen de pleuris uitbrak. Dan heb je eigenlijk alleen nog maar gesprekken over de tarieven. Of ruzie over de tarieven. Dan verdwijnt de hele inhoud naar de achtergrond en dat willen wij niet. Dus daarom draaien wij nu zonder tarieven de pilot. Om echt te kijken van: is dit werkbaar, kan de toegang dit, kan de aanbieder hiermee toe, begrijpen we elkaar?

Wat we bijvoorbeeld nu aan het doen zijn, is echt leuk! In deze weken, wij hebben tien bijeenkomsten georganiseerd voor de tariefbepaling. Voor de oude sectoren, GGZ, Jeugd- en opvoedhulp en AWBZ. Waarbij we met een aantal aanbieders en een paar mensen uit de toegang, drie van elk, een sessie hebben van drie uur lang. En daarin nemen we een aantal casussen uit 2015. We hebben er wel twintig, maar dat halen we meestal niet. Die casussen nemen we helemaal door op de vraag: in welk arrangement zou je die nu indelen? Zodat we de inzet die in 2015 is gepleegd kunnen vergelijken met het arrangement.

Iedereen was heel enthousiast, en het heeft heel veel positieve bij effecten. We hebben heel erg gekeken naar: samen een arrangement kiezen, daar komen we wel uit. Zelfs de intensiteit, dat is nog wel moeilijker, maar daar kwamen we ook uit. We merkten ook dat het heel goed is om met aanbieders en toegang samen te praten over je inschatting. Wat je criteria zijn, hoe je die arrangementen interpreteert, hoe je naar een zaak kijkt. Dat was gewoon echt heel verrijkend. Alle partijen gaven eigenlijk aan van: nu gaan we er mee werken, zo wordt het concreet, dit helpt mij enorm.  Dat was echt leuk.

 April 2016

[sluiten]

» Kunnen we het financieel allemaal wel bolwerken

Een beleidsmedewerker vertelt:

Maar ik vind ik de regionale samenwerking, dat dat echt nog wel hoofdzakelijk gaat over hoe kunnen we het financieel allemaal bolwerken. Is ook niet onbelangrijk. Maar dat staat meestal bovenaan. Ook het inzichtelijk maken van wat er allemaal omgaat in aantallen en geld, in dat hele stelsel. En we mogen ook wel eens kijken naar hoe we het nu hebben ingericht. Hoe kunnen we bijvoorbeeld nog meer preventief kijken wat we met jeugdprofessionals, hoe we die kunnen inzetten. Zonder dat dat direct iets oplevert, maar waarvoor je ook een lange adem nodig hebt. Wat je ook de kans moet geven.

 Ik vind dat we kwalitatief nog wat meer kunnen kijken, zonder dat dat direct effect moet hebben op aantallen en bezuinigingen. En dat is wel een beetje een idealistische gedachte, maar dat heeft er tot op heden wel tot geleidt... We krijgen natuurlijk minder middelen vanuit het Rijk. Dan gaat die discussie heel snel die kant op, om het controleren en behappen, en wat minder over wat we kwalitatief kunnen bereiken met elkaar. En dat is echt nog heel veel, denk ik. Dus dat is wel een wens, dat je daar weer meer ruimte voor krijgt, om dat te kunnen doen. Ik denk bij de jeugdprofessionals ook, dat dat ook een wens is, omdat die ook al redelijk aan het dak zitten in zaken die ze hebben.

 April 2016

[sluiten]

» Iedereen geeft zijn input

Een beleidsmedewerker vertelt:

 We hebben nu bijvoorbeeld een factsheet ontwikkeld voor jeugdprofessionals. Over een bepaald proces binnen het werkproces veiligheid. We willen dat voor hun uitschrijve,n zodat ze een soort handleiding hebben van: zo doorlopen we die stappen en die partner heeft die rol en die partner heeft die rol. En daar verlenen zij ook echt hun medewerking aan, om dat document zo goed mogelijk op te stellen met elkaar. Dat we het ook allemaal eens zijn met elkaar, over wat daar staat. Zo proberen we elke keer een stapje verder te komen in de optimalisering van het werkproces. Dus dat hoef je maar op de mail te gooien en iedereen geeft zijn input. Dus ik ervaar die als heel goed, die samenwerking. Maar zoals ik zei: ik zit op inhoud, waar we elkaar zo goed mogelijk vinden. En niet op inkoop of op contractuele afspraken. Dat is echt een heel groot verschil. Als mijn collega inkoper langskomt, dan hebben ze wel een andere houding.

 April 2016    

[sluiten]

» Het leuren met kinderen

Een manager jeugdteams vertelt:

En er zijn er, die werken ook met PGB’s. Maar het probleem bij hun was dat als zij teveel PGB ingezet hadden, dan werden ze het jaar daarna gekort op ZIN. Dus die hebben er ook geen belang bij om heel veel PGB in te zetten. Dat is heel ingewikkeld. En als je zegt: transformeren. Wat mij heel erg tegenvalt en bij ons en de medewerkers ook heel erg tegenvalt, dan is het dit stuk. Het leuren met kinderen. Zorgbemiddeling moet dat eigenlijk doen, maar die weten vaak niet meer dan wat wij weten. Die zeggen ook: ja, lokaal maatwerk, er is geen oplossing. En als je dan dus bij dit soort kinderen en gezinnen én aan het leuren blijft én continu contact moet blijven houden. En je zelf daar je onrustige gevoel bij hebt, dat medewerkers in het weekend nog 112 in de gaten houden... Die horen dan van: oh er is brand, oh mijn god, dat is in de buurt van waar mijn cliënt zit, dat soort dingen. Dat valt wel echt gruwelijk tegen, vind ik.

 Ik vind het heel lastig omdat er eigenlijk gewoon vanuit de gemeente geredeneerd wordt van ja, ze hebben een acceptatieplicht en dit en dat. En ik snap het heel goed want als die gewoon aan hun 20% zitten en ze hebben acceptatieplicht, ja, zij krijgen ook geen financiën. En daar worden wij dus heel erg tussen gezet. En dat vind ik heel vervelend.

 Juni 2016

[sluiten]

» Als je ze meer ruimte daarin zou geven

Een beleidsmedewerker vertelt

 Ik sprak ook nog een collega die vroeger gezinskracht was bij Bureau Jeugdzorg, waar je echt heftige zaken hebt. Maar waarbij je er maar wel een aantal hebt, zodat je die zo goed mogelijk kan doen. Daar kom je nu onmogelijk aan toe. Ze moet haar caseload draaien en dan heb je echt veel casuïstiek die niet allemaal haar volledige aandacht kunnen krijgen. Dus soms denk ik, dat als je een jeugdprofessional vraagt, dat ze het op inhoudt lastig vinden om daar zo strak in te werken. En dan snap ik wel, middelen reiken niet tot aan de hemel natuurlijk, maar misschien als je ze meer ruimte daar in zou geven, zouden er misschien ook mooiere initiatieven ontstaan. Dat kan natuurlijk ook nog komen. Als je ziet wat er nu al staat, denk ik dat we wel heel tevreden kunnen zijn. Maar dat is wel een wens, ja.

 April 2016

[sluiten]

» Tips

Samenspel gemeenten en aanbieders

Zorgaanbieders worden sinds de transitie door verschillende partijen betaald die één ding gemeen hebben: ze weten weinig van het jeugddomein. Dat geldt zeker voor gemeenten. Wat het nog complexer maakt: alle partijen hebben ook verschillende belangen. Zorgaanbieders willen in ruil voor hun diensten financiële zekerheden, gemeenten willen inzicht en grip. Momenteel ontbreekt het vaak aan beide. Onzekerheid en wederzijds wantrouwen staan werkelijke vernieuwing in de weg. In een ideale wereld moeten zorgaanbieders en gemeenten elkaar blindelings weten te vinden. Dat kan alleen als beide partijen elkaars behoeften en verantwoordelijkheden door en door kennen. Belangrijker nog is dat iedereen zich realiseert voor wie ze het doen. Ja, prijsafspraken en targets zijn belangrijk. Toch telt uiteindelijk maar één belang: dat van de cliënt.

Lees hiernaast de exemplarische verhalen bij dit patroon.

[sluiten]

» Dit is onze vertaling van de transformatie

Een inkoper van de gemeente vertelt:

Nou, wij gaan de hele contractering omgooien. We gaan per 2017 resultaat gestuurd inkopen. We hebben een pilot lopen op dit moment, die daar op voorbereidt. We zijn aan het proefdraaien, zal ik maar zeggen. We gaan ophouden met al die productcodes en zo, de toegangsteams blijven gewoon in charge. Nu vullen die al een integraal plan van aanpak in. Belangrijk daarin is de gezinsanalyse en beschrijven wat het gewenste resultaat is.

Nou, die twee dingen zijn eigenlijk nodig, dat is wat de toegang gaat doen. Dus zij gaan niet meer bedenken hoeveel uur begeleiding of behandeling er in moet, ze gaan gewoon zeggen wat het resultaat moet zijn, en maken een goede analyse. Dan gaat het naar een aanbieder en die aanbieder krijgt de opdracht om dat resultaat te bereiken. Dat is dus helemaal op maat, voor elke cliënt kan dat anders zijn.

En dan hebben we een matrix met allerlei arrangementen, waarbij je dan een soort gemiddeld tarief krijgt. Dus je krijgt één bedrag. Stel, een kind heeft autisme en gaat niet meer naar school, maar heeft wel competente ouders. Dus het is kindproblematiek, dat is de analyse. Het gewenste resultaat is dat het kind weer naar school gaat. Dan zoeken wij dus een aanbieder die zegt van: oké, dit arrangement, deze problematiek, de afstand van nu tot school is groot, want het kind gaat helemaal niet naar school, al maanden lang. Dan zeggen wij: zwaar. Daar hangt een bedrag aan, bijvoorbeeld 6000 euro. Dan zeggen we tegen de aanbieder: jij krijgt 6000 euro, zorg dat het kind weer naar school gaat. Dus veel meer werken met gemiddelden en veel meer vanuit het resultaat. En de aanbieder bepaald dan wat hij gaat inzetten. Dus die inhoudelijke know-how, die laten wij ook aan de aanbieder. Zo willen we het gaan doen.            

Er draait nu een pilot. Ze zijn allemaal in, ze zien het inhoudelijk heel erg zitten. De aanbieders en professionals voelen zich natuurlijk ook in hun regie gezet, zal ik maar zeggen. En in hun deskundigheid gehonoreerd. Ze zijn over twee punten nog ongerust. Het ene is dat je naast hoofdaannemer ook regisseur wordt. Dus ze zijn heel ongerust over hoe dat dan met onder-aannemerschap moet. Hoe je dan verantwoordelijk kunt zijn. Als je al zo afgeknepen wordt, waarom je een ander zou inhuren, want dan leg je nog meer geld bij. En ze zijn natuurlijk ongerust over de tarieven die wij gaan bepalen. Maar inhoudelijk valt het wel mee. Vinden ze het eigenlijk wel oké. Aanbieders willen ook deze transformatie wel maken. Want dit is onze vertaling van de transformatie.

April 2016

[sluiten]

» Een spannende tijd

Een projectleider jeugd van een gemeente vertelt:

Vorig jaar toen moesten we echt voor 1 november alle contracten rond hebben. Dat was een spannende tijd. Dat waren echt verschillelijke vergaderingen. Echt iedereen stond onder druk en die ouders met name proberen daarin nog bepaalde kwaliteit nog te waarborgen. Met name over de cliëntenparticipatie wilden ze graag in de contracten geborgd hebben.

En wij waren alleen maar bezig: we willen überhaupt contracten hebben met elkaar. Dat soort dingen is ook allemaal belangrijk, dat weten we wel, maar het ging ook echt over hele harde centen, dus dat was een ontzettend spanningsveld en ja die kant van cliëntbelang die bleef heel erg hameren op dat bepaalde dingen veranderd moesten worden in de contracten terwijl wij daar helemaal voor ons gevoel geen tijd voor hadden.

Dus dat heeft toen de relaties ook wel een beetje op scherp gezet. En inmiddels is er wel wat meer rust in die tafels. Er is daar ook wel wat meer ruimte voor. Dan kun je ook veel meer de dialoog met elkaar aan. Dus dat zijn hele interessante processen. Zo meteen willen we wat ik in het begin vertelde: we hebben echt gewoon die en die producten, zo huppakee overgezet naar onze inkoopcontracten met een korting en klaar. Klinkt simpeler dan het is maar daar kwam het op neer, ja daar willen we natuurlijk vanaf. Dus we willen nu naar die intersectorale producten en nieuwe product categorieën en dan wordt het heel interessant.


Mei 2015
[sluiten]

» Dus heel veel bestuurlijke drukte om niets

Een bestuurder van een zorginstelling vertelt:

Vorige week hadden we een andere casus waarbij de gemeente, het zijn allemaal hele treurige situaties hoor, een meisje die ergens in een randgemeente van Rotterdam woont, die zo ziek is, dat en die zo eigenlijk invalide is, dat die niet thuis kan wonen, die wordt, nou ja zijn behandelaars hebben gezegd, die zou eigenlijk naar een zorgboerderij moeten, 7 dagen en 24 uur. Niet alleen maar voor de dagbesteding maar ook gewoon totaal prikkel loos kunnen functioneren. Want als er maar wat aan prikkels opgelegd worden want zij kan gewoon niet meedoen. In ieder geval niet in deze levensfase.

Iedereen zegt eigenlijk een zorgboerderij zou de meest geëigende zorg zijn, maar de gemeente vindt het te duur. Er is een plekje voor dit meisje, die plek wordt daar vrijgehouden. Dit meisje heeft daar kennis gemaakt en zou er graag naar toe gaan. De gemeente zegt ja maar wij gaan die zorg niet indiceren, wat we wel doen is oh jullie kunnen ook iets met autismezorg dan geven we gewoon een indicatie af voor jullie organisatie. Terwijl het type zorg die wij kunnen leveren echt heel slecht zou zijn voor dit meisje. Maar dan wordt wel die indicatie gewoon maar doorgestuurd en dan zeggen ze: het is aan jullie om het op te lossen en dan denk ik: aan ons om het op te lossen?

Weet je dit is geen geëigende plek voor dit meisje dus wat we dan gaan doen, is eerst met de gemeente in gesprek en die houdt dat heel erg af. Vervolgens gaan we langs de lijn van de inhoud nog een keer met de gemeente in gesprek en zeggen we: ja we willen dit echt heel graag oplossen. We hebben zelf over mogelijkheden nagedacht. Dan zie je, je ziet gewoon echt op het moment dat je weer om tafel gaat, niet zozeer met de contractmanagers maar ook met de mensen die die casus hebben gezien en gesproken dan lukt het wel om die verbinding te maken. Op dat niveau komen we er dan uit. De moraal van het verhaal is dat dit meisje uiteindelijk wel geplaatst gaat worden op die zorgboerderij en dus heel veel bestuurlijke drukte om niets.

De sleutel is geweest bediscussiëren op inhoud, dus niet contractmanagers en dat soort types met elkaar laten praten met types zoals ik, dat werkt gewoon niet. Maar de mensen die de indicatie stellen en de teamleiders op de werkvloer, een behandelaar uit een kliniek.


Juli 2015
[sluiten]

» Dit is onze vertaling van de transformatie

Een inkoper van de gemeente vertelt:   

Nou, wij gaan de hele contractering omgooien. We gaan per 2017 resultaat gestuurd inkopen. We hebben een pilot lopen op dit moment, die daar op voorbereidt. We zijn aan het proefdraaien, zal ik maar zeggen. We gaan ophouden met al die productcodes en zo, de toegangsteams blijven gewoon in charge. Nu vullen die al een integraal plan van aanpak in. Belangrijk daarin is de gezinsanalyse en beschrijven wat het gewenste resultaat is. 

Nou, die twee dingen zijn eigenlijk nodig, dat is wat de toegang gaat doen. Dus zij gaan niet meer bedenken hoeveel uur begeleiding of behandeling er in moet, ze gaan gewoon zeggen wat het resultaat moet zijn, en maken een goede analyse. Dan gaat het naar een aanbieder en die aanbieder krijgt de opdracht om dat resultaat te bereiken. Dat is dus helemaal op maat, voor elke cliënt kan dat anders zijn.   En dan hebben we een matrix met allerlei arrangementen, waarbij je dan een soort gemiddeld tarief krijgt. Dus je krijgt één bedrag. Stel, een kind heeft autisme en gaat niet meer naar school, maar heeft wel competente ouders. Dus het is kindproblematiek, dat is de analyse. 

Het gewenste resultaat is dat het kind weer naar school gaat. Dan zoeken wij dus een aanbieder die zegt van: oké, dit arrangement, deze problematiek, de afstand van nu tot school is groot, want het kind gaat helemaal niet naar school, al maanden lang. Dan zeggen wij: zwaar. Daar hangt een bedrag aan, bijvoorbeeld 6000 euro. Dan zeggen we tegen de aanbieder: jij krijgt 6000 euro, zorg dat het kind weer naar school gaat. Dus veel meer werken met gemiddelden en veel meer vanuit het resultaat. En de aanbieder bepaald dan wat hij gaat inzetten. Dus die inhoudelijke know-how, die laten wij ook aan de aanbieder. Zo willen we het gaan doen.      

Er draait nu een pilot. Ze zijn allemaal in, ze zien het inhoudelijk heel erg zitten. De aanbieders en professionals voelen zich natuurlijk ook in hun regie gezet, zal ik maar zeggen. En in hun deskundigheid gehonoreerd. Ze zijn over twee punten nog ongerust. Het ene is dat je naast hoofdaannemer ook regisseur wordt. Dus ze zijn heel ongerust over hoe dat dan met onder-aannemerschap moet. Hoe je dan verantwoordelijk kunt zijn. Als je al zo afgeknepen wordt, waarom je een ander zou inhuren, want dan leg je nog meer geld bij. En ze zijn natuurlijk ongerust over de tarieven die wij gaan bepalen. Maar inhoudelijk valt het wel mee. Vinden ze het eigenlijk wel oké. Aanbieders willen ook deze transformatie wel maken. Want dit is onze vertaling van de transformatie.   

April 2016
[sluiten]

» De innovatieve club

Een bestuurder van een zorginstelling vertelt:

Wij praten bijvoorbeeld ook als instelling regelmatig met gemeentes uit andere regio’s. Eigenlijk zouden alle aanbieders dat moeten doen. Ik ben voor een andere regio een hele neutrale gesprekspartner. Dus die komen bij mij die kennis ophalen, want ik doe daar niks. Daar bespreken we wat we doen, hoe wij over de transitie denken, over de transformatie. Wat er allemaal wel en niet goed gaat. En dat laten ze zich ook veel makkelijker zeggen door iemand die niet met hun werkt.

Wij hebben bijvoorbeeld in één regio een vrij prominente rol. Doen we ook niks, zetten we een ton in, nou dat is niks. En daar staan we te boek als: de innovatieve club, komen ze vier man sterk naar ons om weer te vragen aan ons of we een aantal dingen willen uitleggen. Nou dat. Dus zo zaai je wel dingen. Ik heb ook niet de behoefte om in die regio ineens van alles te gaan doen. Maar ik zaai wel die transformatie gedachte er een beetje in. En ja ik probeer wel van die thema’s, aanbesteden en wijkteams zoveel mogelijk overal gehakt te maken.


Juni 2015
[sluiten]

» Tips

Verantwoordelijkheid professionals

Professionals moeten nog erg wennen aan het nieuwe stelsel. Soms willen ze meer bewegingsruimte, soms missen ze juist kaders, of beide. Zo vreemd is dat niet, net een jaar na de transitie. Als een van de ambities is: meer ruimte voor de professional. Hoe benutten of claimen professionals die bewegingsruimte, en hoe gaan gemeenten daarmee om? Deze nieuwe verhouding en werkwijzen van alle betrokken partijen moeten zich in de praktijk nog uitkristalliseren. Lees hiernaast de exemplarische verhalen bij dit patroon.

[sluiten]

» Dat is geen uitzondering meer

Een leidinggevende van een jeugdinstelling vertelt:

 Als je geluk hebt is er bij een crisiszaak al iemand van de gemeente betrokken, dan heb je dus al een naam. En misschien heb je ook nog een voogd of een gezinsvoogd. Vaak spelen financiën een rol: welke gemeente is nou eigenlijk verantwoordelijk?

 We hebben nu toevallig twee kinderen hier zitten, die waren op de crisis geplaatst, want moeder woonde hier in de regio. Maar ze is twee dagen nadat de kinderen op de crisis zaten ergens naar Groningen verhuisd. Vader woonde al niet meer in de regio. Ja, wie gaat nou de zorg betalen? Groningen zegt: moeder is hier misschien wel ingeschreven, maar ze komt hier helemaal niet vandaan en de kinderen hebben hier ook nooit gewoond, dus waarom zouden wij verantwoordelijk zijn? Bureau Jeugdzorg zegt: we willen eigenlijk dat ze niet meer terug naar moeder gaan, maar ze kunnen ook niet terug naar vader, dus wat dan wel? Het duurt heel lang voordat daar duidelijkheid over komt en dat er iemand is die de regie daar in pakt.

En die twee kinderen verblijven nog steeds op de crisis, wat natuurlijk helemaal geen goede plek is. We hebben sowieso afgesproken dat we deze ingewikkelde casussen met de gemeenten in de regio bespreken. Zodat zij feeling krijgen hoe ingewikkeld het soms kan zijn. Zij deden dat in het voortraject een beetje af van: ja dat zijn uitzonderingen. Maar dat zijn voor ons niet de uitzonderingen, want we hebben er elke week wel één of twee. Dat is geen uitzondering meer.

 April 2016 

[sluiten]

» Geneigd om zorg over te nemen

Een bestuurder van een zorginstelling vertelt:

We hebben met een groep medewerkers gesproken over wat is de belofte die we aan onze cliënten willen doen en hoe vertaalt dat zich dan in een klantwaarde. En hoe vertaalt dat zich dan in je eigen gedrag en waar we in het verleden zeker in het wat langdurende zorg ook wel wat overnamen van onze cliënten, zeggen we nu nee we gaan samen bouwen aan perspectief van de cliënt, maar de cliënt heeft daar een groot aandeel in.

Maar dat is dus nog niet een gewoon goed van onze medewerkers. Veel van onze medewerkers zijn geneigd om zorgen over te nemen, ze zijn ook niet voor niets in de gezondheidszorg gaan werken he, ze wilde graag zorgen voor. Dus hoe we dat doen, is we gaan het aan, we bespreken het met elkaar. Er wordt nu ook een soort competentieprofiel uitgewerkt voor en met de medewerkers om te kijken naar wat heb je dan meer en anders nodig om echt te werken aan het herstel en de participatie en het perspectief van de cliënt dan dat je nu al hebt, wat moet er nog in je rugzak en daar gaan we een programma op inzetten.


Mei 2015
[sluiten]

» Dat is echt zo’n burgervader

Een professional van een zorginstelling vertelt:  

Toen zat ik in een kleine gemeente. Daar zat de burgemeester zelf in de werkgroep. Weet je dat is echt zo’n burgervader. Als het dan met een kind niet goed gaat dan rijdt hier er naar toe en gaat hij als burgervader dat gezin even toespreken en dat is natuurlijk heel anders dan wat je op andere plekken vaak ziet.

Daar bedachten ze een aantal hele goede dingen om de verantwoordelijk echt bij die mensen te laten en te kijken van: oké, wie gaat er dan heen? Wie heeft hier een ingang bij hem? Ja, ik maar ben secretaresse.. Je hebt een ingang en je bent professional en welke functie je dan precies hebt maakt niet zoveel uit, dit is de lijn die bruikbaar is.

Die hebben dat denken heel erg gebruikt om gezinnen waar ze zorgen om hebben in gemeentelijk kader te overleggen. En dat te gebruiken in overleg om die mensen te informeren via het lijntje wat open ligt. Nou dat durft bijna niemand te doen. Want bijna alle professionals of organisaties verschuilen zich achter, dat is niet mijn verantwoordelijkheid of dat mag ik niet doen of dat is privacy.


Juni 2015
[sluiten]

» De verkeerde dingen doen

Een bestuurder van een zorginstelling vertelt:

Wij zitten ambulant in een gezin, om die moeder te helpen bij de opvoeding van een van die kinderen. Vroeger heeft die vader in de gevangenis gezeten vanwege huiselijk geweld, er is reclassering naar het gezin geweest, bureau jeugdzorg heeft er gezeten, ieder en alles heeft zich terug getrokken.

Wij zitten er alleen maar in het vrijwillige kader met een lichte indicatie. Nou gaat er iets fout, de inspectie zegt: dat hebben jullie niet goed gedaan… Als de landelijke overheid dat ook doet, dan veroorzaakt niet alleen een regelvrees, maar dan ga je dus ook, dan gaan wij de verkeerde dingen doen. De inspectie had meer verwacht, als voorbeeld.

Mijn hulpverlener had toch regelmatig ook bovenin het huis eens even moeten kijken, of het allemaal opgeruimd was. En hoe het er uit zag. Ik zeg: ik kom jou wel helpen, met de opvoeding van het kind, maar ik zeg wel tegen jou, ja, ik loop wel ff een rondje. Dat is natuurlijk niet erg handig. Dat vindt de inspectie allemaal. Dus daar zit wel een spanning. En ik vind het heel erg.


Mei 2015
[sluiten]

» Daar heb ik de gemeente niet voor nodig

Een bestuurder van een zorginstelling vertelt:

Een verandering is dat we zeggen, en we weten dat zeker dat in die langdurende zorg, dat cliënten ook heel erg veel kunnen hebben aan het werken met een ervaringsdeskundige. Dus met iemand die het zelf ook een keer heeft meegemaakt. Dat men makkelijker aan persoonlijk herstel kan werken vanuit het perspectief of eigenlijk vanuit de situatie dat je dat samen met een ervaringsdeskundige doet.

Dat noemen ze een herstelbeweging en we zijn aan het proberen om die herstelbeweging naar een wat hoger niveau te krijgen, dus overal en op alle locaties onder hulp van het team te laten zijn. Dat is een verandering, daar heb ik de gemeente niet voor nodig om dat te doen omdat we dat graag willen. We willen dat omdat we naar onze cliënten luisteren en luisteren naar wat zij nodig hebben en ik voel steeds minder ruimte om dus ook binnen mijn eigen, binnen de muren van je eigen organisatie of misschien wel binnen de wat vagere contouren van een samenwerkingsverband om dit soort nieuwe dingen uit te werken.


Juni 2015
[sluiten]

» Tips

Rolopvatting gemeenten

Gemeenten moeten nog erg wennen aan hun nieuwe rol. Begrijpelijk. Sinds de transitie zijn ze in één keer verantwoordelijk geworden voor de hulp aan kwetsbare jeugdigen en gezinnen. Gemeenten kopen de zorg voor jeugdigen vaak samen in en stemmen die zo goed mogelijk af op de regionale behoefte. Alleen zien we in de verhalen dat deze regionale samenwerking de bewegingsvrijheid van lokale zorgaanbieders en professionals belemmert. Hoe kan een gemeente nog beslissen over haar eigen beleid als alles in regionaal verband wordt beslist? Kunnen burgers hun eigen gemeenteraad en college nog ter verantwoording roepen?

Lees hiernaast de exemplarische verhalen bij dit patroon.

[sluiten]

» Dan komen ze mooi bij ons uit

Een manager jeugdteams vertelt:

Als basisteam moeten wij ons met de inhoud bezig houden. En als wij alles af hebben gepeld: dit kind moet hier naartoe want dat andere is gewoon niet passend. Dan vind ik niet dat wij dat moeten oplossen. Dan moet die organisatie zeggen oké, dat is die en die en jullie horen binnen zoveel dagen wat er gaat gebeuren. Want nou heb ik… stel dat er nou met zo’n kind iets gebeurd, nou dan weet je wel hoe het gaat... dan komen ze mooi bij ons uit; ja maar jullie wisten het toch? En er is niks gebeurd.

En dat is ook wel een spanningsveld hoor, de wethouders die in je nek liggen te hijgen.

Als we een crisis hebben waar we niet een oplossing voor hebben, meteen, dan bel ik altijd de desbetreffende wethouder of die mail ik even en dan zeg ik: moet je eens horen, er speelt een crisis in jullie gemeente, dit en dit hebben wij gedaan, kan dus schijnbaar niet gebeuren zus en zo, je bent op de hoogte. En als je vindt dat we dit moeten oplossen ja, dan is het kostenplaatje dus dit. En dan leg ik het maar bij hun neer. Want anders.. ja. Helaas.. het is niet meer dan dat.

 Juni 2016    

[sluiten]

» Echt zo’n burgervader

Een professional van een zorginstelling vertelt:

Toen zat ik in een kleine gemeente. Daar zat de burgemeester zelf in de werkgroep. Weet je dat is echt zo’n burgervader. Als het dan met een kind niet goed gaat dan rijdt hier er naar toe en gaat hij als burgervader dat gezin even toespreken en dat is natuurlijk heel anders dan wat je op andere plekken vaak ziet.

Daar bedachten ze een aantal hele goede dingen om de verantwoordelijk echt bij die mensen te laten en te kijken van: oké, wie gaat er dan heen? Wie heeft hier een ingang bij hem? Ja, ik maar ben secretaresse.. Je hebt een ingang en je bent professional en welke functie je dan precies hebt maakt niet zoveel uit, dit is de lijn die bruikbaar is.

Die hebben dat denken heel erg gebruikt om gezinnen waar ze zorgen om hebben in gemeentelijk kader te overleggen. En dat te gebruiken in overleg om die mensen te informeren via het lijntje wat open ligt. Nou dat durft bijna niemand te doen. Want bijna alle professionals of organisaties verschuilen zich achter, dat is niet mijn verantwoordelijkheid of dat mag ik niet doen of dat is privacy.


Juni 2015
[sluiten]

» Maar wij zitten met de gebakken peren

Een manager jeugdteams vertelt:

Hebben we een plan de campagne, er zouden mensen vanuit aanbieder A vierentwintig uur in het huis komen, moeder eruit. Dus echt een nieuwe manier van denken, moeder naar vriend toe om daar tot rust te komen. En dat een aantal maanden te doen. Nou, is alles in kannen en kruiken want dan zit je natuurlijk én met de bijstand en met dit en dat, er zijn zoveel partijen betrokken. Nou, uiteindelijk zou moeder eerst een week tot rust komen, we hebben een huis in de gemeente waar mensen die het even niet meer zien zitten een weekje tot rust kunnen komen. Geregeld dat ze daar die week kon zitten. En op maandag zegt aanbieder A: we kunnen de mensen niet regelen, want er zijn zieken en het gaat niet lukken. En dan komt het maar weer bij ons te liggen. Ja, en dan moeten we dus wéér via de wethouder, en dan na twee dagen; oh, we hebben toch weer mensen. Ja dan denk ik, wie neemt hier nou uiteindelijk de beslissing, wie heeft hier de bevoegdheid? En dan zitten wij klem, want waar moet ik dan naartoe? De beleidsmedewerkers die zeggen: nee, dat moeten ze doen. De inkoop zegt: dat hebben de aanbieders samen afgesproken, dat zit in het contract. Maar wij zitten met de gebakken peren, want we hebben een gezin waar niet gebeurt wat we met z’n allen hebben afgesproken.

En in een buurgemeente hebben we nu eenzelfde gezin, daar zit nog een voogd ook op, ja die zegt ook: ik kom er gewoon niet door. Ze komen met een plaatje van € 30.000,--, wie moet dat betalen? Precies hetzelfde!

 Juni 2016

[sluiten]

» We doen dit niet

Een beleidsmedewerker vertelt:

Wat eerder is voorgekomen is dat Veilig Thuis vanuit betrokkenheid het eerste jaar bepaalde casuïstieken heeft opgepakt die Bureau Jeugdzorg eigenlijk had moeten pakken. En toen zijn zij dus inderdaad in een gat gesprongen, waardoor zij een hogere caseload kregen dan dat ze hadden berekend. Dat hebben ze sowieso al wel, maar toen rees het echt de pan uit. Ze hadden heel veel regiezaken, casusregie. Maar ook omdat Bureau Jeugdzorg zich daar niet toe geroepen voelde, of in ieder geval daar niet direkt op is in ingespeeld. Dus later heeft Veilig Thuis ook terecht gezegd van: ja, jullie kunnen daar ons eigenlijk niet op afrekenen, dat we dat hebben gedaan. Maar dat deden we dus wel, vanuit de gemeente werd gezegd: dat moet je niet doen. Je moet die richting niet in. Dus daar zijn ze ook echt weer op teruggekomen. Ze hebben dit jaar ook echt heel strak gezegd: we doen dit niet. En als het niet gebeurt dan leggen we het ook bij jullie weg. Als de desbetreffende partner hun rol daarin niet pakt, dan brengen we dat onder de aandacht.

 April 2016


[sluiten]

» Jeugdzorg schuldig aan moord

Een bestuurder van een zorginstelling vertelt:

We hebben een incident gehad in een gemeente in het noorden, een jaar geleden. Een vader wordt door de politie opgehaald, politie legt die man een huisverbod op, maar laat hem ’s avonds het politiebureau verlaten. Vader gaat rechtstreeks terug naar huis en steekt die vrouw dood. Daar hebben wij een melding van gedaan, dat wij ambulant in het gezin zaten. Daar hebben anderen ook melding van gedaan. Drie inspecties hebben toen gezamenlijk een onderzoek gedaan: wat is nou de hulpverlening geweest in dat gezin en wat is er op de dag zelf gebeurd?

Dat is in één rapport terecht gekomen, met een stempel met zúlke chocoladeletters: Jeugdzorg schuldig aan moord.

Nou, dat soort dingen. Je ziet, ik zie een toenemende angst bij wethouders. Dat wij als aanbieders melden dat wij veel crisissen en veel crisispleegzorg hebben. Dat beginnen mensen eng te vinden. Maar dit is allemaal nog transitie hè, dit heeft niks met transformatie te maken.


Juni 2015
[sluiten]

» Tips

Stroperigheid

[sluiten]

» Niet verdrinken in de administratie

Een inkoper van een gemeente vertelt

Resultaatgestuurd inkopen zien de kleine aanbieders op zich wel zitten. Waar zij ongerust over zijn is de regeldruk, maar daar hebben ze nu al last van. Dus we zijn nu aan het kijken, hoe kunnen we er voor zorgen dat die kleine aanbieders niet verdrinken in de administratie? Een deel kunnen we daar wel aan tegemoet komen, nu al wel, door bijvoorbeeld de contractering simpel te houden. Door duidelijk in onze programma’s van eisen aan te geven waar je voor ontheven bent. Bijvoorbeeld: als jij geen accountantverklaring nodig hebt vanwege de omvang van je zaak, moet dat ook niet in onze eisen staan voor hun. Dus daar hebben we allemaal wel voor gezorgd. Maar voor een deel moeten zij dan wel gewoon meedraaien, daar kunnen we niks aan doen. En vroeger was dat voor hun beter.

Heel veel aanbieders, vooral psychologen, deden dat op restitutiebasis bij de zorgverzekeraar, die hoefden eigenlijk alleen hun rekening op te sturen. Of dat deden de ouders dan ook nog. En dat gaan wij nooit halen, dat niveau. Dat kan ik je vertellen. Dus daar hebben ze heel veel last van. En ze zijn natuurlijk bezorgd dat het nog moeilijker wordt, met de omslag. Dat is een punt waar ze ongerust over zijn. Een ander punt waar ze ongerust over zijn, is dat er straks dus een soort hoofdaannemer komt voor het arrangement, en ze zijn bang dat zij daar nooit voor gekozen gaan worden en alleen nog maar in onderaannemerschap kunnen werken. Mijn antwoord daar op is dat dat niet ons beoogde systeem is, in de zin van dat er in die arrangementen ook een variant licht, midden en zwaar is, en dat die lichte zaken echt niet altijd hele complexe zaken zijn.

 April 2016

[sluiten]

» Waar zit dan de werkdruk

Een beleidsmedewerker vertelt

 Die rust en die ruimte, de meeste organisaties worden gesubsidieerd door de gemeente. Dus je kan heel snel vervallen in oud denken van: hupsakee, vijf FTE erbij, en lukt het? Dat is een rol van de gemeente die aan het veranderen is. Misschien moet er ook wel geld bij hoor, qua formatie. Maar dat is nooit het eerste. Je moet eerst kijken: waar zit dan die werkdruk? Zit dat in de hoofden van de mensen, dat ze toch nog wel handelingsverlegen zijn? Of zit het in de processen? We zijn ook de processen aan het bekijken van: hoeveel administratieve handelingen moet je doen. En zit daar niet ruimte in, dat er onnodige processen gebeuren?

 Als voorbeeld: als een schakelfunctionaris van een school gesprekken heeft gehad met ouders en met een kind, en er blijkt iets met dat kind aan de hand te zijn, en daar moet een traject voor gevolgd worden. Dan gaat het volgens de processen hier naar het WMO team. Die zouden ook een gesprek moeten hebben met de ouders en het kind om te kijken hoe en wat. Waarop ze hier zeggen, terecht: ja, dan ga ik op gesprek en ten eerste, die ouders hebben het gesprek al gehad met iemand anders. Die hebben het idee van: het verhaal is verteld, het is duidelijk. Wat komt de gemeente nu doen? En wat voor vragen stellen jullie: ja, dat zijn dezelfde vragen als die schakelfunctionaris. Dan heeft zo’n gesprek geen zin. Dan kan die schakelfunctionaris ook kijken met het WMO team van: dit en dat is er, dit is nodig. En dan zegt het WMO team: prima, dan maak ik de beschikking. Dat zijn van die dingen, nu het stof is neergedaald.

 Mei 2016

[sluiten]

» We denken hier verstandige besluiten te nemen

Een afdelingshoofd vertelt

 Dat was heel toevallig, hadden wij dus heidag met deze afdeling in één van onze buurthuizen. En ik was daar en ik sprak met de beheerder van het buurthuis en die vertelde mij, we zijn al zes of zeven maanden bezig om hiervoor op het grasveld een bankje te krijgen voor de jongeren ’s avonds. Een hangbankje. Nou, dan word ik geraakt. Dat ik denk van: hoe is het mogelijk dat voor een bankje dit zo lang moet duren? En als ik dan naar huis ga, dan ben ik in staat om ’s avonds, ik heb zelf een trailer, dan denk ik: ik ga nu ergens een bankje halen. Ik zet dat bankje daar vanavond, morgenvroeg, gewoon neer met mijn naamplaatje erop en dat degene die daar problemen mee, die meldt zich maar bij mij. Zo voelt het dan hè.

 Maar dat voorbeeld van dat bankje heb ik twee dagen later in het managementoverleg gebruikt om te zeggen van: jongens, waar zijn wij in godsnaam, als leiding van deze organisatie, mee bezig? Wij denken dat we hier verstandige besluiten nemen, maar weet je wel waar die burger mee bezig is? En weet je wat die burger raakt met dit soort besluiten? Nou, dus daar ontstond een stevige discussie. Het resultaat van die discussie was, ja het is me ook wel weer een term, maar dat er een afdelingshoofd in een aanjaagteam zit. Een aanjaagteam wat zeg vooral gaat kijken naar: waar zijn de interne processen van de gemeente zo stroperig, of waar wordt er zo lang over nagedacht? Waarvan je als mens denkt van: wat is dit nou, dit kun je toch nu beslissen? Al die stroperigheid en die processen komen daar bij elkaar. En daar wordt ook de knoop doorgehakt, en er wordt ook voor gezorgd dat die stroperigheid uit die processen gaat. Dus iedereen kan straks bij dat aanjaagteam stroperige processen aanleveren.

 April 2016

[sluiten]
[sluiten]
[sluiten]

» Tips

Inspirerend leiderschap

[sluiten]

» Dit zijn toch 10 goed bestede uren

Een afdelingshoofd van een gemeente vertelt:

Ik ken een medewerker die wilde inloopspreekuren in de wijk gaan doen. Hij haalde de politie en nog andere partijen erbij. Gezamenlijk draaiden ze een pilot. Op enig moment komt hij naar me toe en zegt: “ik heb een probleem. Ik moet straks natuurlijk rapportages gaan aanleveren, en dan moet ik zeggen hoeveel mensen daar komen, en ik heb er maar tien gehad.” Ik zeg: “Oh, wat erg! Hoe lang heb je daar gezeten dan in totaal?” “Nou, de afgelopen maand toch een uurtje of tien” was het antwoord. Mijn reactie: ”Fantastisch! Wat heb je met die mensen gedaan?” “Nou daar is zus en zo uitgekomen en daar hebben we…..” Kortom, een heel verhaal. Ik zeg uiteindelijk: “Dat is mooi, ga maar door.” “ Ok. Ja, maar hoe ga je dit verantwoorden dan?” Verbaasd keek ik hem aan: “Dit zijn toch heel goed bestede tien uur?”
 
 April, 2016

[sluiten]

» Als het mislukt dan mislukt het

Een afdelingshoofd vertelt:

Zoals ieder jaar hebben we net een jaarprogramma aan moeten leveren. We kregen terug: “Jullie zijn wel heel concreet en ambitieus dit jaar. Zou je niet wat voorzichtiger formuleren: we gaan trachten”. Ik denk dan: “nee, we gaan gewoon doen!” Trachten, kijken, daar krijg je toch geen energie van? We gaan gewoon doen. “Krijg je dat af dit jaar?” Misschien niet, maar je hebt wel gewerkt.

En ook daar weer: goh, zeg het maar vaag. En dan voel je de energie al wegvloeien, want ja, “ik hoef alleen maar te kijken of te trachten”. Terwijl als ik tegen je zeg: “Dit gaan we doen!”, dan is er een ander gevoel, dan is er energie.

Kijken is zo veilig, kijken…dan doen we nog niks, dan raken we niks aan, dan kan het ook niet stuk gaan. Ik denk vaak: “we gaan gewoon doen”. Ja, dat kan mislukken. Nee, daar moet je niet van wakker liggen. Als het mislukt, dan mislukt het. Leer daarvan.

 April, 2016

[sluiten]

» Nou daar gebeuren dingen

Een afdelingshoofd van een gemeente vertelt

In mijn afdeling is er een beleidsmedewerker die vijftien jaar hetzelfde beleidsterrein gedaan heeft. Alleen die persoon is helemaal gek van sport. Echt een sportfanaat. Als ik hem iets vraag van: “wie heeft in dat jaar dat en dat gewonnen, dan duurt het niet lang of het antwoord komt er uitrollen. De medewerker was een beetje klaar met zijn beleidsterrein. Toen kwam er een vacature binnen de cluster sport. Ik heb gezegd: “Ik zoek een sportbeleidsmedewerker, jij weet niks van onderhoud van gebouwen, maar daar heb ik iemand anders voor. Maar je bent wel helemaal gek van sport. Interesse?” Ja, natuurlijk. Nou, hij vindt het fantastisch. Hij gaat als een speer, komt met ideeën, hij komt uit een ander cluster, maar hij maakt nu plotseling ook lijntjes met projecten met sportverenigingen. Hij praat daar heel makkelijk mee, want de mensen die daar in het bestuur zitten, vrijwilligers, zitten daar niet, omdat ze ervoor betaald krijgen, maar omdat ze gek zijn van die sport. Hoe cool is het dan dat je iemand tegenover je krijgt, een ambtenaar, die net zo gek is van die sport als jij en je gewoon details weet te vertellen, die jij zelfs niet wist? Nou, als je dat contact weet te maken, dan gebeuren daar dingen. Dat is heel mooi om te zien.

April, 2016

[sluiten]

» Ik zeg, gaan!

Een afdelingshoofd van een gemeente vertelt: 

Er moest een communicatieplan worden geschreven, dus de desbetreffende afdeling moest hier over gebriefd worden. Men ging meteen achter de PC zitten om een mail te schrijven. Vragend keek ik de medewerker aan: “Wat doe je nou, je gaat iets op papier zetten?”. “Euh..ja?” “Daarmee haal je toch een stukje van de emotie en het gevoel wat je er in hebt weg?  Als je zelf een heel traject hebt ondergaan om te komen waar je nu bent, is dat dan logisch? Wat zou je kunnen doen? Dat uurtje dat je gebruikt om dat allemaal op te schrijven. De ander moet het gaan lezen en die gaat er ook weer een uur mee aan de slag. En komt bij jou terug, waar jij vervolgens weer een half uur uitleg moet geven…”, begon ik. Nou, lang verhaal kort maken. Ik zei: “Jij weet nu wat je wilt, nodig die ander nou gewoon uit en heb het daar over”. Hebben ze gedaan. Toen kwamen er meteen ideeën naar boven. Ze zagen dat de ander veel beter begreep wat de bedoeling was. Dat het een gevoel was dat overgebracht moest worden. Dat gaat zo bij communicatie. Het gaat niet om wat je zegt, maar ook wat er dan verder aan gevoel en actie uit voortkomt. En die communicatiemedewerker kreeg juist heel erg energie van het feit dat hij dus buiten de box mocht gaan praten.   Het gesprek zelf was ook leuk. Eerst de standaard reactie: “Dan gaan we dit doen”. Ik zeg dan: “ok, zo doen we dat altijd al. Waarom? Hebben we daar iets aan?” Na een korte stilte kwam een zacht antwoord: “Eigenlijk niet, als je er echt naar kijkt.” “Heb je geen ideeën dan?”, informeerde ik. “Ja, maar dat kan toch niet”. “Geef eerst je ideeën en dan kijken we dan of het kan.” En jawel, daar kwamen ideeën uitrollen. Ik heb eens om me heen gekeken en zei “Nou, wat mij betreft…,Volgens mij krijgt iedereen energie hiervan”. Ik zeg: gaan.    

April, 2016
[sluiten]
[sluiten]

» Tips

Participatie

[sluiten]

» Ze zijn echt letterlijk naar de mensen toe gegaan

Een afdelingshoofd van een gemeente vertelt:

 We zijn gewoon de straat op gegaan. De wethouder is gewoon naar scholen gegaan, de klas in gegaan. We willen iets gaan doen, ik wil met jullie babbelen. Die zijn gaan praten. Ze zijn echt letterlijk naar de mensen toe gegaan. Daar heb je hem weer. Letterlijk naar de mensen toe gaan. En als je dan ziet wat daar uitkomt en wat voor energie dat geeft! En niet alleen intern. Ik heb beleidsmedewerkers gehad die zeiden: dit geeft zo veel energie en hier doe ik het voor. Als ik het vuur bij die jongeren zie, daar gaan we voor.

 Ik heb professionals gehad… We hadden daar grote sheets opgehangen waar mensen hun laatste bericht op konden zetten. We hadden er twee, één voor jongeren en kinderen en één voor professionals. En op die van kinderen stond: ik heb vandaag het gevoel dat ik echt gehoord ben, dit is fantastisch. Ze luisterden! Uitroepteken. Dat soort kreten. En bij de professionals, daar zat er één bij die me echt raakte: ik weet nu weer waarom ik dit werk doe. Nou… Daar doe je het voor. Groot compliment aan diegenen die hiermee aan de slag zijn geweest. Dat was echt wel een spannende.

 April, 2016

[sluiten]

» Dat gaan wij niet bedenken, dat doen we zelf

Een afdelingshoofd van een gemeente vertelt:

We hebben een jeugdevenement gehad, waarbij we tegen de professionals zeiden: jullie zijn uitgenodigd, maar we nodigen eigenlijk de jongeren en de jeugd uit. We zijn zelf heel erg de boer op gegaan met apps, social media en weet ik wat nog allemaal. Heel het cultureel centrum zat hier vol, met jongeren vanaf groep 7 tot 18 jaar, en alles wat daar tussen zat.

We hadden een aantal van die lokale jongeren bereid gevonden om echt hun eigen indringende verhalen te vertellen. We hadden een meisje dat, toen ze veertien was, naaktfoto’s naar een vriendje had gestuurd die dat vervolgens verspreid onder zijn vriendenclub. Het was de eerste keer dat ze dit verhaal vertelde aan anderen. We hadden een transgender, die het verhaal vertelde van wat hij meegemaakt had. Zo hadden we allerhande verhalen, ook best heftige verhalen. Een schooldirecteur van een basisschool zei van: “Dit moet je niet doen, niet met leerlingen van ons, want die kunnen dat niet aan.” Maar dat hebben we toch doorgezet. En later hebben we van die schooldirecteur, maar ook van ouders, teruggekregen “Dank jullie dat jullie hebben gedaan, want blijkbaar zijn onze leerlingen hier echt wel mee bezig”. Ja, dank je de koekoek, denk ik dan. Ze hebben internet. We hebben echt de wereld binnengehaald.

 We hebben dus ook professionals uitgenodigd en tegen ze gezegd: “Jullie mogen één ding niet: praten.” Alleen luisteren, vragen stellen en dan niet vragen van: je had dit kunnen doen, maar dat heb je niet gedaan. Nee. Maar wel “Goh, wat gebeurde er toen met je? En waarom is dat dan zo? En als je mij zou mogen adviseren, wat zou je mij dan adviseren wat ik had moeten doen?” Er zijn een aantal projecten die lopen nu. We hebben een minibios gehad voor basisschoolleerlingen. Vijf jongens die zeiden van: wij willen iets gaan doen met een bioscoop. Is goed. Iemand van ons er bij gezet. Hier koffie, thee, ranja. Ze komen wekelijks bij elkaar en denken: wat gaan we nou weer doen voor onze vriendjes? Ze hebben de eerste bioscoopavond achter de rug. Vijftig kinderen waren er. Top! We hadden een aantal jonge meiden, van achttien. Die zeiden: Wij zijn nou achttien, maar we zien dat heel veel van onze vrienden en vriendinnen eigenlijk geen idee hebben wat er op ze af komt als ze achttien worden. Die zijn nu bezig met een project dat heet Achttien voor Dummies. Dat gaan wij niet bedenken, dat doen ze zelf.

 April, 2016

[sluiten]

» Dat zijn onze ogen geworden

Een afdelingshoofd vertelt:

 We proberen mensen uit de eigen omgeving te halen, dus de bewoners met een beperking moeten ook echt in hun eigen wijk activiteiten gaan krijgen. En ze zijn dan ook onderdeel van die wijk. Want de bewoners zijn dan ook bekenden van de wijk. Ze komen dan ook bekenden tegen. En waarom zou je die mensen niet ook gewoon actief laten zijn in die wijk? Dus die groep faciliteert ook activiteiten in de wijk. Je ziet ook die hulp achter de voordeur bij mensen komen, die kennen we nu ook. Vroeger was dat uurtje factuurtje. Nu hebben we uitvoeringsteams. Dus nu hebben we 80, 90 hulpen die in die wijk werken. Het liefst ook uit die wijk komen, maar ook in die wijk werken. Dat zijn onze ogen geworden. Wij kijken nu achter de voordeur bij mensen waar we eerst gewoon helemaal geen zicht op hadden. Dat ging buiten ons heen. Dus we kunnen ook veel aan de preventiekant gaan doen. En op die manier krijgen wij een veel meer actieve, levendige wijk.

 April 2016

[sluiten]

» Het burgerinitiatief wordt daar opgepakt

Een procesbegeleider vertelt

Ik weet zelf wel dat in de wijk waar ik zelf woon, daar is een enqûete uitgezet. Op een gegeven moment is er in een vrij drukke straat, richting Duitsland, dus daar komen ook veel toeristen langs, een paar jaar geleden een vrouw doodgereden door mensen die te hard rijden. Er lag een kruispunt, er lag een middelbare school. Het stoplicht was er voor die school. Maar die school is weg, en toen dachten ze van: oh, zetten we die stoplichten even stil. Die staan op knipperen, niemand weet waarvoor. Iedereen maar denken van: ja, als we hier geen stoplichten hebben, dan rijden ze vanaf daar de berg op met 80 kilometer per uur. Er wonen wel kinderen. Die steken daar ook over. Je ziet daar ouderen wonen. Er woont van alles wat door elkaar. Waarom moeten die stoplichten op stil? Waarom?

De wijkcoördinatoren daar hebben het initiatief opgepakt om een enquête uit te zetten. Eerst naar hunzelf een enquête uitgezet van: wat vinden jullie daar van? We willen met de gemeente in gesprek. Dat zijn ze vervolgens gaan doen. Waarna nog een enquête is gevolgd om iets concreter naar de plannen toe te werken, want iedereen gaf dat voorbeeld van die vrouw die is doodgereden. Die enquête is nu geweest, heb ik ook weer ontvangen en daar komt dan weer een bewonersavond voor. Waar alle partijen bij elkaar komen. Mensen kunnen daar samen heen om dus te kijken van: oké, hoe gaan we nu verder? En dat vind ik dus echt wel... eigenlijk het burgerinitiatief wordt daar opgepakt. En samen met de gemeente wordt daar een nieuwe enquête uitgezet om weer door te pakken op concrete plannen. En volgens mij is dat een beetje wat we willen.

 April 2016

[sluiten]
[sluiten]

» Tips

Het nieuwe werken

[sluiten]

» Natscheren of niet scheren

Een beleidsmedewerker vertelt

Ik hoorde hier van het WMO team van iemand die, dat ging over natscheren of niet scheren. Die kon zichzelf wel of niet scheren. Die wilde gewoon een scheerapparaat. Nee, zeiden wij hier vanuit de regels. U hebt recht op huishoudelijke hulp. Dus er werd een dure oplossing aangeboden terwijl die man dat helemaal niet wilde. Toen is er… Af en toe heb je er ook vernieuwers bij, die zo iets hebben van: ja, regels of geen regels, die man krijgt een scheerapparaat en daarmee is het goed.

 Mei 2016

[sluiten]

» Omdat het met kleine stapjes gaat

Een welzijnswerker vertelt:

 Nou, ik heb nu een traject lopen, met een moeder van de voorschool. Die kwam met een vraag over haar zoontje bij mij terecht, dat het niet zo lekker ging met eten. Tijdens het gesprek kreeg ik het idee dat wat ik zei niet helemaal bij moeder binnenkwam. Toen heb ik het er met de onderwijzer over gehad, misschien is ze zwakbegaafd, of licht verstandelijk beperkt? En dat wat met die simpele vraag begon, daar is nu een heel mooi contact uit gekomen. En ik heb met moeder naar haar netwerk gekeken en veel breder gekeken dan die vraag van: oké, wie staan er om je heen, wie kunnen je helpen? Ook naar een stukje financiën gekeken, hoe ze ondersteuning kan krijgen. En zij heeft hele mooie dingen van vroeger verteld, en gezegd dat ze het zo fijn vindt dat ze denkt dat ik haar begrijp en dat het goed voelt dat we samenzitten. En als ik dan kijk wat voor kleine, want het moet met hele kleine stapjes bij haar, hoeveel stappen we samen al hebben kunnen zetten. Dan denk ik ja, dit is wel echt mooi, dat dit is gelukt, dat ik die ingang bij haar heb kunnen vinden. Dat was niet eerder gelukt, waarschijnlijk door tijdgebrek, dat ze niet de kans hadden om met haar verder te komen. Iets te creëren, want dan moet je bij haar heel veel investeren, omdat het met kleine stapjes gaat. Ja, dat vertrouwen heb ik kunnen winnen en als je dan ziet dat we nu inderdaad met stapjes verder komen dan denk ik ja, dat is mooi en dat is gewoon krachtig dat dan lukt.

 Mei 2016

[sluiten]

» Het is bingo, u moet aantreden

Een beleidsmedewerker vertelt:

 Ik merkte dat dus met mijn eigen moeder, die was aan het dementeren toen. Zat in een bejaardentehuis, maar weigerde om aan activiteiten mee te doen en ze liep weg. Nou, het eerste: ze heeft nooit meegedaan aan activiteiten, dus waarom zou je haar verplichten om op dinsdag mee te gaan bingoën? Dus dat vond ik echt onzin. En ze liep weg. Ja. Maar ze was nog geen gevaar. Toch werden we gebeld: ze kan daar niet blijven, ze moet naar een verpleeghuis in Hilvarenbeek. Nou, voor mijn moeder, een echte Tilburgse, is Hilvarenbeek echt ongelooflijk ver weg.

 Dus ik belde en ik zei: voor mijn moeder is Hilvarenbeek ver weg. Ik mag nog blij zijn dat het niet in Groningen was maar dat er in Hilvarenbeek nog plek vrij was. Ik zeg: zou het dan mogelijk zijn om met zijn allen rond de tafel te gaan zitten om te kijken wat er nodig is om haar wel in het bejaardentehuis te houden, met ondersteuning of wat dan ook? En tot mijn verbazing, want ze begon eerst van: ja, rijksbeleid, we moeten bezuinigen, echt zo. Tot mijn verrassing lukte het om iedereen rond de tafel te brengen. En dan niet vanuit regels, echt niet vanuit regels, maar echt van: dit is mijn moeder, zelfstandige vrouw, onafhankelijke vrouw, woont in Tilburg met een familie om haar heen die heel erg veel kan doen. Hoe kunnen we die…? Want ze wil graag hier blijven en dat verpleegtehuis dat duurt een half jaar of jaar. Wat kunnen jullie daarin bijdragen en wat wij?

 En toen is het ons gelukt om haar in dat bejaardentehuis te houden. We hebben wat kleinkinderen die niet studeren en we hebben zelfs een vrijwilliger ingeschakeld die overdag dingen met haar deed die ze wel leuk vond. Er is een alarm bij de deur gekomen, voor als ze er een keer uit zou gaan. Dat is precies waar ik dan heel blij van wordt. Zij wordt daar gelukkiger van en het zal allemaal goedkoper zijn geweest. Met hulp van iedereen om haar heen, ook van het bejaardentehuis en met de huishoudster.

 Dat ze dan wel zo’n alarm op de deur konden plaatsen. Dat ze haar op een andere manier stimuleerden om haar mee te laten doen aan de activiteiten. Niet van: het is bingo, u moet aantreden! Maar meer van: goh, wat vindt u leuk? Waar heeft u behoefte aan? Dat was dan wandelen. Dat kregen ze dan weer niet georganiseerd, maar daar hadden wij een vrijwilliger voor. Dus echt op een andere manier kijken en ik ben er van overtuigd dat dat in heel veel gevallen ook echt werkt. Tuurlijk moet je vanuit regels... Die regels zijn er niet voor niks, bedoel ik. Maar je moet altijd terug gaan naar: wat is de bedoeling?

 Mei 2016

[sluiten]

» Is dit kind er aan toe

Een manager jeugdteams vertelt:

 Hetzelfde doen we bijvoorbeeld met leerlingenvervoer. Het is natuurlijk heel vaak zo met kinderen die bij ons zitten of in de specialistische zorg, die hebben ook met leerlingenvervoer te maken. En vooral hier is de gemeente heel erg aan het kijken van: hoe kunnen we kinderen toch zo goed mogelijk zelfstandig laten reizen? Dat doen we bijvoorbeeld weer samen met de welzijnsorganisatie en vrijwilligers. Dan wordt ook echt bij ons gekeken van: is dit kind er aan toe? Maar ouders durven dat vaak niet. En dan toch, onder begeleiding, gewoon 1 keer in de week met de trein en dan 2 keer met de trein... En ondertussen blijf je ouders ondersteunen vanuit het basisteam, en daar bereik je gewoon hele mooie resultaten mee.

 Juni 2016

[sluiten]

» Papa ging de hort op, moeder had geen bed

Een beleidsmedewerker vertelt:

 We hebben ook tijdens die themabijeenkomst, met die club van vijftig zeg maar, casussen besproken. En die laatste casus... Ik ben er bij omdat ik dat zo ontzettend leuk vind en om daarvan te leren en te kijken wat dan nog nodig is. Maar dat was een ingewikkelde casus met een vader, moeder en opa, hoop gedoe met kinderen. En iedereen begon met, of het nou het opbouwwerk of maatschappelijk werk was, van: oh, wij hebben nog wel een traject voor dat ene kind, of wij hebben nog wel dit, wij kunnen daaraan denken. En er was één iemand die zei: misschien moeten we gewoon eerst eens het gesprek in gaan en kijken wat die ouders nodig hebben, waar ze het meest blij van worden?

 Toen dacht ik: oké. Er is een begin. In plaats van naar alles te kijken wat je hebt, met goede bedoelingen, naar alles wat er aan aanbod is op dat gezin te storten, dan heb je zes of zeven trajecten en dan wordt er niet gekeken naar de samenhang. En weet je ook niet wat die ouders willen. Nou, in dit geval bleken de ouders, die wilden hulp voor hun dochter omdat die zichzelf sneed. En die dochter sneed zichzelf omdat er een enorme ruzie was tussen papa en mama. Papa ging de hort op en dronk, moeder had geen bed. Dus hulp voor het kind was niet nodig, nee, het was nodig dat er tussen die twee weer enig contact zou zijn, zeg maar.

 Mei 2016

[sluiten]

» Tips

Passende organisatie

[sluiten]

» Kinderen gingen ons bellen

Een afdelingshoofd vertelt

 Opgeteld is het aantal thema’s op innovatie nu binnen de gemeente een behoorlijk lijstje geworden. En wat ik mooi vind was dat ik met mensen aan tafel zat, die met een aantal van die opdrachten bezig zijn, en toen vertelde die medewerker mij, dat ging over leerlingenvervoer, dat zijn kinderen naar speciaal onderwijs gaan. En dat zij niet met het openbaar vervoer kunnen, maar met het taxibusje van huis naar school en weer terug worden gebracht. Waarbij niemand zich afvraagt; maar als die leerlingen nou 18 zijn en gaan werken, naar een werkgever gaan, gaan ze dan nog steeds met het busje? Hebben we hen dan eigenlijk wel iets geleerd? Hebben we hen dan eigenlijk wel versterkt in hun zelfstandigheid om zelf met het openbaar vervoer te reizen? Nou, daar doen we maatjesprojecten voor. Mensen uit de buurt gaan met die leerling met het openbaar vervoer naar school en terug en na verloop van tijd kan die leerling het zelf. Eén verrassing was dat kinderen ons gingen bellen. Dat ze ook graag mee wilden doen in het maatjesproject. Dus kinderen die tot dat moment ook steeds met de taxi naar school gingen, die gingen de gemeente bellen. Bijvoorbeeld: “mijn vriendje zit in het project met de bus, ik wil ook graag met de bus.” Nou, dan denk ik van, het raakte mij. Het kind dat ons belde buiten zijn ouders om: “ik wil ook graag met het openbaar vervoer.” Dat vond ik mooi. Want bij ouders vinden we vaak weerstand. Want die vinden het veel veiliger als hun kind met de taxi wordt opgehaald en weer terug wordt gebracht.

 April 2016

[sluiten]

» Een niet alledaags beleidstraject

Een afdelingshoofd van een gemeente vertelt:

 Ik zeg: kom met ideeën, kom met plannen. En niet alleen een stip ergens, nee, gewoon concreet: hoe ga ik het doen? Is best spannend. Ik kreeg ook een tegenbeweging: wie zijn jullie om je daarmee te bemoeien, jullie zijn niet van onderwijs. Nee, maar we zijn wel van de kinderen. Nou, toen was het even stil. 


Vervolgens de tweede vraag: ja, maar jullie moeten wel richtlijnen opstellen, waar gaan jullie die plannen aan toetsen? Nou, die is interessant, eerst mogen we er niks van vinden en nu vraag je aan mij om te vertellen…om een kader te geven. Zou het zo kunnen zijn dat jullie even overvallen zijn van het feit dat jullie een vrijbrief krijgen?

 Nou gaan we er ook mensen van buiten bij trekken en we hadden de euvele moed om tegen die partijen te zeggen: oh ja, we gaan ook kinderen betrekken om jullie plannen te beoordelen. Toen hadden wij in hun ogen opeens een kindjury geïntroduceerd. Ik zeg: wacht even, we hebben het dus óver kinderen en niet met kinderen? Waarom zouden kinderen niet iets mogen vinden van een plan? Dat gaat nergens over. Dat betekent wel dat jij je plannen op een bepaalde manier moet inrichten, op een bepaalde manier daarover moet communiceren en dat het helder moet zijn wat je wil gaan doen.

 Leuk om te zien wat er dan gebeurd. Is wel spannend, moet ik zeggen, want dat is natuurlijk een niet alledaags beleidstraject wat je dan ingaat. Normaal gesproken is het van: dit is de richtlijn, zo gaan we het doen, u mag nog hier en daar een vinkje zetten. Nee, nu hebben we gezegd: komen jullie maar. Bottom-up.

 April, 2016

[sluiten]

» Een potje voor dingen die eigenlijk niet kunnen

Een beleidsmedewerker vertelt:

 We hebben bijvoorbeeld een ingewikkeld gezin waarvoor hier bijzondere bijstand werd gevraagd. En dat er dan toch wordt gezegd, terugkruipen vanuit de regels: nee, het kan niet, want zus en zo… In plaats van te kijken naar het gezin. Als je vanuit de regels kijkt hadden ze er geen recht op. Dus wat we nu gaan doen, dat schiet me nu te binnen. Wat we nu gaan doen is een potje creëren voor dingen die eigenlijk niet kunnen.

 Er komt een potje voor een stukje onvoorzien. Of een potje buiten de regels. Nu ik daar zo over nadenk denk ik: dat helpt niet. Je verschuift het. Je zorgt dat mensen vanuit de regels kunnen blijven denken. Dus dat moeten we in ieder geval voorkomen. En normaal gesproken is het ook, als iemand hier een uitkering aanvraagt, dan is het ook wel goed dat er regels zijn. Ik ben niet zo tegen de regels. Het is ook wel goed dat je een beetje criteria hebt waaraan je moet voldoen. En als je hulpverlener bent en iemand wil een schoon huis, dat is natuurlijk ook prima. Maar uiteindelijk is er wel een hulpvraag, dus moet je daar ook iets mee. Je kan niet van: oh, u vraagt dus… Het is meer de wisselwerking waar het om gaat.

 Mei 2016

[sluiten]

» Het is eigenlijk zo simpel als ik weet niet wat

Een afdelingshoofd van een gemeente vertelt:

 We hebben hier, we noemen dat intern al: het filmpje. We hebben het afdelingsplan, wat normaal gesproken een dik pak papier was met allemaal statistieken en weet ik veel allemaal. Dat doen we niet meer. Ik heb nu een kleine presentatie, een powerpoint. Niet heel chique maar gewoon een propere presentatie die automatisch loopt, met een muziekje er onder. En een stuk of twaalf sheets, die heel duidelijk opbouwt naar: wij geloven dit. En als we dit dan doen, dan kun je dat op deze manier concreet zien in 2016. Het is eigenlijk zo simpel als ik weet niet wat. Maar simpel, daar hou ik van. De standaard: keep it simple. En als je dat dan laat zien aan mensen, dan zie je dat mensen er ook echt, sommige zelfs emotioneel, op reageren. Dat is eigenlijk wat verborgen zat in onze groep. En ja, het leuke, vorige week kwam iemand naar me toe, die werkt hier al jaren en zeg: “ik heb de leukste week van al die tijd dat ik hier gewerkt heb gehad.” Ik zeg: “hoezo dat dan?” Hij zegt: “nou ja, filmpje gezien.”

 April, 2016

[sluiten]

» Goed doorgewinterde beleidsambtenaren

Een beleidsmedewerker vertelt:

 Wat dan wel leuk is, is dat je dat heel mooi bedenkt op papier, maar dat je dus ook ziet dat er bijvoorbeeld al verschillen zijn tussen jeugdprofessionals en WMO consulenten. Dus die werken naast elkaar bij ons in de gemeente, maar het is wezenlijk ander werk. WMO consulenten zijn wel meer van de wetten en de regels en zijn meer goed doorgewinterde ambtenaren, in vergelijking met jeugdprofessionals die ook hulpverlener zijn en echt de boer op gaan. Dus die kan je soms niet echt dwingen in dat keurslijf van: je moet één keer in de week met de WMO consulenten aan tafel zitten. Dus op papier staat dat er heel mooi en geloven we daar in, maar in de praktijk moet je wel kijken: wat werkt nu voor welke professional goed, zodat ze er ook allemaal baat bij hebben? En daar zijn we nog een beetje naar aan het zoeken. Je ziet dat de WMO consulent daar zonder moeite elke week aan tafel zit, en dat de jeugdprofessional zegt: wat moet ik hier ook al weer doen? Dus je moet nog wel even kijken naar wat past. We zien allemaal de meerwaarde, dat is zeker zo. We zien allemaal problematiek waarbij we elkaar nodig hebben.

 April 2016

[sluiten]

» Tips

Colofon

Redactie / eigenaar website

Deze website is een productie van K2 Next Generation. Heeft u u vragen of opmerkingen over deze website kunt u contact opnemen met info@k2next.nl

K2 Next Generation

Kanaalweg 22b

3526 KM Utrecht


Auteursrechten

Alle rechten van intellectuele eigendom betreffende deze materialen liggen bij K2 Next Generation en haar bezoekers. Kopiëren, verspreiden en elk ander gebruik van deze materialen is niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van K2 Next Generation, behoudens en slechts voor zover anders bepaald in regelingen van dwingend recht (zoals citaatrecht), tenzij bij specifieke materialen anders aangegeven is.

Bronvermelding: Fotolia: Helivideo

[sluiten]



Uw verhaal delen?

K2 Next Generation blijft verhalen verzamelen. Wat merkt u van de transformatie? Kent u voorbeelden van best practices of deed u juist slechte ervaringen op? Wij zijn erg benieuwd. Vertel het ons persoonlijk.

Neem contact met ons op via één van onze adviseurs of via:  info@k2next.nl

[sluiten]



 

Voorbereid op reis

Om op ontdekkingsreis te gaan door Transformatieland en de oversteek maken naar de Kust van Zelfredzaamheid kun je niet zonder enkele reistips. Hier treft u enkele tips bij iedere plaats op de transformatiekaart uitgesplitst naar professionals, coördinatoren, ketenpartners en gemeenten.  Deze reistips kunt u zien als basisprincipes voor een voorspoedige reis.
[sluiten]

» Verantwoordelijkheid

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten
Tip voor professionals: Zoek (en neem) als professionals van een CJG of basisteam[1] de ruimte om dingen te regelen in het belang van de cliënt, en werkprocessen in te richten op een manier die bij je team past. Betrek je coördinator daar (natuurlijk) bij.  [1] Met de begrippen CJG en basisteam verwijzen we naar de teams die onder verschillende namen lokaal toegang bieden tot specialistische (jeugd)hulp en (maatschappelijke) ondersteuning.
Tip voor coördinatoren: maak tijd vrij om minstens drie keer per jaar met je team te reflecteren op de ervaringen die jullie met elkaar delen, leer daarvan en verander wat nodig is aan je werkprocessen. Leg dit vast in een logboek. Bespreek dit ook met de gemeente. Wijs hem op de ruimte die je nodig hebt en ook gegeven zou worden.
Tip voor ketenpartners: Maak specialistische expertise beschikbaar en toegankelijk voor de teams. Stimuleer samenwerking op operationeel niveau. Maakt een team relatief weinig gebruik van je expertise, onderzoek dan hoe dat komt en bespreek het resultaat met het team en zo nodig met de gemeente.
Tip voor gemeenten: Geef de teams ruimte, maar ook duidelijkheid in wat je van ze verwacht, en wees daarin zo concreet als voor de coördinatoren nodig is om de vertaalslag te maken naar de praktijk. Luister ook naar de praktijk: de teams staan met hun voeten in de klei.
[sluiten]

» Ruimte

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten
Tip voor professionals: Bedenk bij wat je doet af en toe of je handelen bijdraagt aan de transformatie, of er eigenlijk mee in strijd is. Bespreek dat met collega’s; deel je gedachten en ervaringen. En o ja: veranderen is geen doel op zich. Behoud en waardeer ook het goede uit het verleden (vóór de transitie).
Tip voor coördinatoren: Agendeer van tijd tot tijd de transformatie, de doelen en het gedrag dat daarbij past. Bespreek dat met je team, en neem de resultaten mee in je overleg met de beleidsmakers bij de gemeente. Voor hen is input vanuit de praktijk een voorwaarde om te komen tot een werkend stelsel. Voed elkaar.
Tip voor ketenpartners: Maak duidelijk aan welke transformatiedoelen je wil werken en wat daarvoor nodig is. Leg vandaar uit een relatie met de professionals uit de lokale teams (operationeel-tactisch), en met de gemeente (tactisch-strategisch). Kijk naar mogelijkheden, zoek met elkaar oplossingen voor belemmeringen, denk in stapjes.  
Tip voor gemeenten: Initieer en stimuleer het gesprek over de transformatie door momenten te organiseren waarop ontmoeting kan plaatsvinden. Neem de regie, en zorg dat ‘het hele systeem’ kan bijdragen: cliënten, professionals, management, beleid en bestuur. Schrijf lokale en regionale geschiedenis met een transformatie-event dat energie en richting geeft.  
[sluiten]

» Spanning

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten
Tip voor professionals: In je praktijk kun je te maken krijgen met beleidsmedewerkers, raadsleden, wethouders en burgemeesters die invloed willen uitoefenen op jouw werk in concrete casuïstiek. Gezegden als ‘ieder z’n vak’ en ‘schoenmaker hou je bij je leest’ zijn hier van toepassing. Dat vraagt van jou verantwoord professioneel handelen: zorg dat je altijd kunt uitleggen wat je doet en waarom je dat doet. Deel zaken met collega’s en leg dingen vast. Gemeenten hebben in het nieuwe stelsel bestuurlijke eind­verantwoordelijk­heid, ook voor de kwaliteit van de hulp. Jij bent professioneel verantwoordelijk. Wijs je coördinator hier ook op als dat nodig is.


Tip voor coördinatoren: Ga voor je professionals staan, zeker als de gemeente rechtstreeks wil ingrijpen in de hulpverlening. Voorzie de gemeente gevraagd en ongevraagd van informatie, draag zorg voor het verantwoord professioneel handelen bij je medewerkers. Dat betekent ook transparant werken zodat je inzicht kunt bieden als je gemeente daarom vraagt, bijvoorbeeld in het geval van een calamiteit. Zorg binnen je team voor een klimaat waarin reflecteren en intercollegiale consultatie gebruikelijk en gemakkelijk zijn. Stel je medewerkers in staat transformatiegerichte competenties en gedrag te ontwikkelen.

Tip voor ketenpartners: De tips hierboven voor professionals en coördinatoren zijn onverkort van toepassing op ketenpartners. Voer daarnaast op bestuurlijk niveau het gesprek over onderscheiden verantwoordelijkheden, wissel beelden uit met gemeenten en maak duidelijk wat je nodig hebt om de kwaliteit van het primair proces en de keten te verbeteren. Maak vooral ook duidelijk wat je daarin kunt bieden.   

Tip voor gemeenten: Wees terughoudend in directe bemoeienis met de hulpverlening en met cliënten. Hulpverlenen is niet de core business van gemeenten. Stimuleer bij je teams en ketenpartners transparantie; maak leren en verbeteren mogelijk door daarvoor de rand­voorwaar­den te regelen. In geval van calamiteiten loopt de spanning op; anticiperen en oefenen helpt om de juiste dingen te doen en de goede rol te pakken mocht zich ooit een calamiteit voordoen.   

[sluiten]

» Rolopvatting

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten


Tip voor professionals: In je praktijk kun je te maken krijgen met beleidsmedewerkers, raadsleden, wethouders en burgemeesters die invloed willen uitoefenen op jouw werk in concrete casuïstiek. Gezegden als ‘ieder z’n vak’ en ‘schoenmaker hou je bij je leest’ zijn hier van toepassing. Dat vraagt van jou verantwoord professioneel handelen: zorg dat je altijd kunt uitleggen wat je doet en waarom je dat doet. Deel zaken met collega’s en leg dingen vast. Gemeenten hebben in het nieuwe stelsel bestuurlijke eindverantwoordelijkheid, ook voor de kwaliteit van de hulp. Jij bent professioneel verantwoordelijk. Wijs je coördinator hier ook op als dat nodig is.


Tip voor coördinatoren: Ga voor je professionals staan, zeker als de gemeente rechtstreeks wil ingrijpen in de hulpverlening. Voorzie de gemeente gevraagd en ongevraagd van informatie, draag zorg voor het verantwoord professioneel handelen bij je medewerkers. Dat betekent ook transparant werken zodat je inzicht kunt bieden als je gemeente daarom vraagt, bijvoorbeeld in het geval van een calamiteit. Zorg binnen je team voor een klimaat waarin reflecteren en intercollegiale consultatie gebruikelijk en gemakkelijk zijn. Stel je medewerkers in staat transformatiegerichte competenties en gedrag te ontwikkelen.

Tip voor ketenpartners: De tips hierboven voor professionals en coördinatoren zijn onverkort van toepassing op ketenpartners. Voer daarnaast op bestuurlijk niveau het gesprek over onderscheiden verantwoordelijkheden, wissel beelden uit met gemeenten en maak duidelijk wat je nodig hebt om de kwaliteit van het primair proces en de keten te verbeteren. Maak vooral ook duidelijk wat je daarin kunt bieden.


Tip voor gemeenten: Wees terughoudend in directe bemoeienis met de hulpverlening en met cliënten. Hulpverlenen is niet de core business van gemeenten. Stimuleer bij je teams en ketenpartners transparantie; maak leren en verbeteren mogelijk door daarvoor de randvoorwaarden te regelen. In geval van calamiteiten loopt de spanning op; anticiperen en oefenen helpt om de juiste dingen te doen en de goede rol te pakken mocht zich ooit een calamiteit voordoen.
[sluiten]

» Samenspel

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten

Tip voor professionals: Het nieuwe samenspel is gebaat bij voorbeelden van good practices. Laat zien waar het naar jouw idee goed gaat in de samenwerking tussen jou en professionals van andere organisaties. Bedenk wat de bevorderende factoren zijn en waar je last van hebt. Zoek met je collega’s (ook van andere organisaties in de keten) naar overeenstemming over de meest bevorderende factoren en bedenk oplossingen voor de belemmeringen.   

Tip voor coördinatoren: Benoem wat goed gaat in de samenwerking en stel je team in staat na te denken over verbeteringen. Communiceer je teamideeën met gemeente en ketenpartners. Zoek de ruimte voor eigen en in de praktijk gewortelde oplossingen, en sta open voor suggesties van cliënten, netwerk- en ketenpartners. Laat het nieuwe samenspel zien op de werkvloer en creëer een basis voor vertrouwen.   


Tip voor ketenpartners: Wees helder in je opvattingen en je bijdrage aan de transformatie, en blijf daarover in gesprek met de gemeenten en collega-instellingen. Innovatie en transformatie vragen om het creëren van communities van professionals en management, waarin nieuwe wegen kunnen worden verkend en beproefd. Hoe vanzelfsprekend is het om daar ook cliënten en gemeenten bij te betrekken? Heb daarnaast begrip voor de verantwoordelijkheden, motieven en gedragingen van gemeenten, en kom daarin tegemoet.
Tip voor professionals: In je praktijk kun je te maken krijgen met beleidsmedewerkers, raadsleden, wethouders en burgemeesters die invloed willen uitoefenen op jouw werk in concrete casuïstiek. Gezegden als ‘ieder z’n vak’ en ‘schoenmaker hou je bij je leest’ zijn hier van toepassing. Dat vraagt van jou verantwoord professioneel handelen: zorg dat je altijd kunt uitleggen wat je doet en waarom je dat doet. Deel zaken met collega’s en leg dingen vast. Gemeenten hebben in het nieuwe stelsel bestuurlijke eind­verantwoordelijk­heid, ook voor de kwaliteit van de hulp. Jij bent professioneel verantwoordelijk. Wijs je coördinator hier ook op als dat nodig is.
[sluiten]

» Stroperigheid

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten
[sluiten]

» Inspirerend leiderschap

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten
[sluiten]

» Participatie

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten
[sluiten]

» Het nieuwe werken

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten
[sluiten]

» Passende organisatie

Tips voor: » professionals  » coördinatoren  » ketenpartners  » gemeenten
[sluiten]